CARPOOLEN MET EEN DAF44
Onderhouds schema?
Zoals zovelen onder ons, huldig ook ik het principe: 'als t'ie 't doet...afblijven!'
Op deze manier bespaar je veel geld en het doet het ook leuk bij je collega's als je vertelt
dat je alleen maar de benzine bijvult en één keer in de dertien maanden een APK
(zo spaarde je in 12 jaar toch weer een héél jaar, maar met de nieuwe wetgeving zou ik
dat maar niet meer doen!). Maar nu... to the point.
Op deze manier heb ik ook mijn 44 combi onderhouden.
Dit was in de tijd dat er ook regelmatig de 70 km Den Haag -> Nieuwegein moest worden afgelegd.
Er was nog maar één collega die aanspraak maakte op mijn gezelschap of in zijn auto
of in mijn DAF. De andere collega was maar verhuisd om vooral niet bijna dagelijks te
moeten worden gekweld met poelie geloei en bokser geplok. Hoe het die dag nou precies
in elkaar stak weet ik niet meer, maar in ieder geval mijn normale poolgenoot
(ja hij genoot wel) was er niet en mijn ex-poelgenoot had een lift nodig van
Nieuwegein naar Den Haag.
Wonderolie?
Laat mij eerst even de technische staat van de DAF uit de doeken doen.
In de stad lekte hij olie als een oordeel, op de grote weg geen druppel!?
Ik vermoed dat dit iets te maken had met het feit dat het inlaatspruitstuk
met wat meer toeren nèt genoeg carter-onderdruk maakte, zodat de olie net
niet uit de wat minder dichte delen van het blokje kon lekken. Als iemand
een betere verklaring heeft mag-t-ie het zeggen.
Revolutionair?
Verder had de verdeler een mechanische koppeling met de dynamo. Zoals de kenners
wel zullen weten zit de bevestigingsbeugel van de dynamo met hetzelfde boutje
vast als waarmee de verdeler vast zit, en dàt boutje zat dus los..... althans
steeds losser, een soort poreuze cirkel, of misschien slaat dat meer op "olie-verloop".
Verder kampte het autootje met het probleem dat de poelie niet helemaal rond was
(dacht ik, maar hij bleek later half gespleten). Deze combinatie van pulserend
trekkende poelie met een hobbelende dynamo/verdeler-"eenheid" gaf het autootje
unieke koude motor karakteristieken, zeg maar "revolutionair"! Huub zou zich
omdraaien in zijn graf. Nadat men de start procedure in werking had gesteld,
beginnende met de ons allen wel bekende draai aan het sleuteltje, trad na het
aanslaan van de motor, het chemische proces van het laden van de accu in werking,
gepaard gaand met een wat verhoogde laadstroom, hetgeen weer resulteerde in een
wat grotere trekkracht van de V-snaar wat weer een grotere uitslag van het
verdeel/dynamo-geheel tot gevolg had, heel logisch allemaal. Door dit geruk aan
de dynamo/verdeler raakten de puntjes soms zo in de war dat zij zelfs het nokje
niet eens konden vinden waardoor er dus ook geen vonk oversloeg, het zogenaamde
"mean"-burn pricipe. Die bewuste dag dat mijn ex-poolgenoot bij mij instapte was
dit prachtig stukje afglijdend mechanica in dusdanig vergevorderd stadium dat het
eigelijk een wonder mag heten dat het arme machientje überhaupt nog wilde aanslaan.
Maar na enig aandringen deed hij dan toch wat er van hem gevraagd werd, namelijk,
starten. U zult begrijpen dat zeker nu de accu wat nieuwe lading kon gebruiken dus
de dynamo was druk doende om de gevraagde Ampères via het V-snaartje en de "ovale"
poelie te transporteren. Dit alles met een verdeler die als een metronoom alle
hoeken van het motor compartiment te zien kreeg, vanwege de eerder omschreven
mechanische koppeling. Het vonkenpatroon kwam dus overeen met een zeven- of acht-tact
ofzoiets, dus er werd flink wat vermogen ingeleverd. Kortom de gehele drie kilometer
naar de snelweg heb ik de rechter voet tot op de bodem gehouden en het arme DAFje
zwoegde zich naar de snelweg toe. Het regelen van de snelheid moest geschieden door
middel van het intrappen van de rem, het loslaten van de rechter plank was uitgesloten!
En zo gingen wij, de eerste 500 meter met 10 kilometer per uur de tweede 500
met 20 kilometer per uur. enzovoort tot dat ik de snelweg op draaide met een
bloedstollende 70 kilometer per uur, om even later, omdat de puntjes nu redelijk
met rust werden gelaten, door te stoten naar de ijzingwekkende 140+ , dit om de accu
even te laden.Ook dit keer heb ik de eerste drie kilometer een paar maal de vraag
moeten beantwoorden 'wat ik toch in ‘s hemelsnaam in die DAFjes zag?', wat ik weer
beantwoordde met een blik van, hoezo gebeurt er iets raars?. Op de snelweg heb ik
die vraag niet meer gehoord....
Thuis gekomen heb ik toch maar even het boutje vast gezet aangezien zelfs bij mij
het op een punt gekomen was dat het begon te irriteren. Het was een bijzondere auto,
maar daarover later.
TERUG NAAR DE HAC HOME PAGE
Digitale Stad Culemborg
Deze pagina is gemaakt door
Jan Wielsma.
Laatst bijgewerkt: 9 Maart, 1998.